Wraking en uitstel: geen automatische schijn van partijdigheid
9 april 2026

Cass. 24 maart 2026 – P.26.0362.N

In haar arrest van 24 maart 2026 bevestigt het Hof van Cassatie dat de weigering om uitstel te verlenen in een spoedeisende wrakingsprocedure op zich geen gewettigde verdenking van partijdigheid doet ontstaan. Het recht op vrije keuze van raadsman is niet absoluut en moet worden afgewogen tegen de vereisten van een behoorlijke en tijdige rechtsbedeling.

Het Hof benadrukt dat een wrakingsprocedure uit haar aard dringend is en een stremmend effect heeft op de onderliggende procedure. De rechter mag bij zijn beoordeling rekening houden met onder meer het bestaan van meerdere raadslieden, het ontbreken van concrete bewijsstukken ter staving van het uitstelverzoek en het risico op vertraging van de rechtsgang. Een louter procedurele beslissing, zoals het weigeren van een gevraagd uitstel, volstaat niet om de objectieve schijn van partijdigheid aan te nemen.

Het volledige arrest vindt u hier.