Veroordeling tot schadevergoeding ondanks kwijtschelding na faillissement
3 juni 2026

Het Hof van Cassatie oordeelt op 13 mei 2026 over een veroordeling tot schadevergoeding ondanks kwijtschelding na faillissement.

Feiten

Een beklaagde werd strafrechtelijk veroordeeld wegens het opmaken van valse facturen.

Vóór deze strafrechtelijke beslissing was de betrokkene echter al failliet verklaard en had hij van de ondernemingsrechtbank de ‘verschoonbaarheid’ (kwijtschelding van schulden) verkregen.

Ondanks deze eerdere kwijtschelding, veroordeelde het hof van beroep hem alsnog tot het betalen van een schadevergoeding aan de benadeelde burgerlijke partijen.

Verweermiddelen

De beklaagde stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. Hij voerde aan dat de eerdere kwijtschelding na een faillissement zich ook uitstrekt tot burgerlijke schulden die voortvloeien uit een misdrijf. Volgens hem mocht het hof van beroep hem daarom wettelijk niet meer veroordelen tot het vergoeden van deze schade.

Het Hof van Cassatie verduidelijkt dat de verschoonbaarheid de onderliggende schulden van de gefailleerde niet definitief vernietigt of uitwist. Het mechanisme heeft uitsluitend tot gevolg dat de persoon in kwestie niet langer door zijn schuldeisers kan worden vervolgd voor de betaling ervan. Dit belet de rechter absoluut niet om het misdrijf te bestraffen, de geleden schade vast te stellen en de dader tot een schadevergoeding te veroordelen. Enkel de effectieve tenuitvoerlegging (de gedwongen invordering) van dat vonnis kan door de kwijtschelding worden lamgelegd, maar dat valt buiten de bevoegdheid van de vonnisrechter.

Het Hof van Cassatie verwerpt het beroep van de beklaagde volledig. De beslissing van het hof van beroep om de schade te begroten en de veroordeling uit te spreken was bijgevolg volledig correct.

De eiser wordt bovendien veroordeeld in de gerechtskosten.

Het volledige arrest vindt u hier.