In een recente conclusie bij het Hof van Cassatie (zaak C.24.0486.N) verduidelijkt advocaat-generaal Frederic Vroman een belangrijk juridisch principe binnen het schadevergoedingsrecht: de rol van compensatoire interesten bij schadevergoeding.
De zaak draait rond een zwaar verkeersongeval uit 2010 waarbij het slachtoffer ernstige letsels opliep. In de daaropvolgende procedures ontstond discussie over de manier waarop de schadevergoeding moest worden berekend, meer bepaald of compensatoire interesten ook de gevolgen van inflatie en muntontwaarding mogen compenseren.
Volgens de advocaat-generaal is dat wel degelijk mogelijk. Hij benadrukt dat compensatoire interesten deel uitmaken van het principe van de integrale schadeloosstelling: het slachtoffer moet zoveel mogelijk worden teruggebracht naar de situatie waarin het ongeval nooit had plaatsgevonden. Omdat er vaak jaren verstrijken tussen het schadegeval en de uiteindelijke betaling, ontstaat bijkomende schade door tijdsverloop, waaronder ook de daling van de koopkracht.
De conclusie wijst erop dat er in de rechtspraak en rechtsleer lange tijd verdeeldheid bestond over deze vraag. Sommige rechtspraak maakte een onderscheid tussen interesten en inflatiecorrectie, terwijl andere beslissingen aanvaardden dat compensatoire interesten ook muntontwaarding kunnen vergoeden. Volgens advocaat-generaal Vroman verdient die laatste visie de voorkeur.
Deze conclusie bevestigt daarmee een ruime interpretatie van het principe van volledige schadevergoeding en onderstreept de vrijheid van de rechter om rekening te houden met inflatie bij de begroting van schade.
Meer informatie vindt u hier.





