RSZ- en fiscale inhoudingen kunnen niet in aanmerking genomen worden voor het ereloon van de curator
27 mei 2026

In een vonnis van 13 mei 2026 heeft de Ondernemingsrechtbank Gent belangrijke duidelijkheid gebracht over de berekeningsbasis van het ereloon van de curator in een faillissement.

In het faillissement vroeg de curator om zijn ereloon te laten berekenen op een gerealiseerd actief va, 262.689,52 euro. Een deel daarvan bestond uit bedragen die niet door de curator zelf werden geïnd, maar die door debiteuren rechtstreeks werden doorgestort aan de RSZ en de FOD Financiën, op grond van de wettelijke inhoudingsplicht bij sociale en fiscale schulden.

Volgens de curator moesten deze rechtstreekse betalingen toch worden beschouwd als gerealiseerd actief, aangezien zij neerkomen op een uitkering aan schuldeisers.

De rechtbank volgt die visie niet. Zij benadrukt dat dergelijke inhoudingen:

  • voortvloeien uit een eigen wettelijke verplichting van de opdrachtgever;
  • niet in de faillissementsboedel terechtkomen;
  • geen realisatie van actief door de curator vormen;
  • en dus niet kunnen worden meegerekend bij de berekening van het curatorschapsereloon.

De rechtbank verminderde het gerealiseerd actief met het rechtstreeks betaalde bedrag en begrootte het ereloon van de curator op 33.733,20 euro (excl. btw) en de kosten op 58.224,29 euro.

Dit vonnis bevestigt dat RSZ- en fiscale inhoudingen geen “boedelactief” zijn en niet mogen worden gebruikt om het ereloon van de curator op te trekken.

Het volledige vonnis vindt u hier.