Cass. 31 maart 2026 – P.25.1609.N
In haar arrest van 31 maart 2026 verduidelijkt het Hof van Cassatie de strikte toepassing van artikel 152 Wetboek van Strafvordering inzake het nemen van conclusies in strafzaken. Het Hof bevestigt dat conclusies die buiten de door de rechter vastgelegde conclusiekalender worden neergelegd, ambtshalve uit het debat moeten worden geweerd, zonder dat de rechter moet nagaan of het procesverloop daadwerkelijk werd verstoord, de rechten van andere partijen zijn geschaad of sprake is van een deloyale proceshouding.
Het Hof preciseert bovendien dat de rechter bevoegd is om het aantal conclusierondes en hun doel te bepalen. Zo mag hij bijvoorbeeld een bijkomende conclusieronde voor beklaagden beperken tot een antwoord op eventuele conclusies van het openbaar ministerie. Wanneer het openbaar ministerie niet concludeert, kan de rechter beslissen dat die bijkomende ronde vervalt.
Ook wanneer op grond van artikel 152, §2 Sv. een nieuwe conclusietermijn wordt toegekend wegens een nieuw en ter zake dienend stuk of feit, mag de rechter die termijn inhoudelijk beperken tot dat nieuwe element. Argumenten die daarbuiten vallen, kunnen alsnog worden geweerd. Dit arrest onderstreept het belang van een strikte naleving van de conclusiekalender en een zorgvuldige processtrategie in strafzaken.
Het volledige arrest vindt u hier.





