In een arrest van 20 maart 2026 heeft het Hof van Cassatie verduidelijkt welke bewijsvereisten gelden bij aansprakelijkheid voor gebrekkige producten.
De zaak had betrekking op een vader en zijn zoon die zware brandwonden opliepen nadat een brandende insectengel ontplofte tijdens een diner in de tuin. Zij stelden de verzekeraar van de fabrikant aansprakelijk en kregen aanvankelijk gelijk in eerste aanleg en in hoger beroep.
Het Hof van Cassatie vernietigt echter het arrest van het hof van beroep te Bergen. Volgens het Hof mag een rechter zich niet uitsluitend baseren op de eigen verklaringen van de benadeelde wanneer die verklaringen door de tegenpartij worden betwist.
De wet laat wel toe dat het gebrek van een product en het oorzakelijk verband met alle middelen van recht worden bewezen. Toch blijven eenzijdige verklaringen van een partij in haar eigen zaak loutere beweringen zolang zij niet worden ondersteund door objectieve elementen of ernstige vermoedens.
In deze zaak had de verzekeraar de versie van de slachtoffer uitdrukkelijk betwist. Die betwisting activeert de bewijslast in hoofde van de eisende partij: het volstaat dan niet langer om zich enkel te beroepen op eigen verklaringen zonder bijkomende ondersteuning.
Het Hof stelt vast dat het hof van beroep geen concrete elementen had aangehaald die de verklaringen van het slachtoffer over het gebruik van het product en de omstandigheden van het ongeval bevestigden. Door toch te besluiten dat sprake was van een gebrekkig product en een oorzakelijk verband, verantwoordde het hof zijn beslissing onvoldoende naar recht.
Het arrest benadrukt dat bij productaansprakelijkheid de bewijslast van het slachtoffer reëel blijft zodra de tegenpartij de feiten gemotiveerd betwist. Eigen verklaringen alleen volstaan dan niet om een productgebrek aan te tonen. De zaak wordt verwezen naar het hof van beroep te Luik.
Meer informatie vindt u hier.





