In haar arrest van 2 april 2026 spreekt het Grondwettelijk Hof zich uit over het klachtrecht van gedetineerden op basis van artikel 148 van de Basiswet betreffende het gevangeniswezen.
De centrale vraag was of een gedetineerde enkel klacht kan indienen tegen een beslissing van de gevangenisdirecteur zelf, of ook tegen de wijze waarop die beslissing wordt uitgevoerd.
Het Hof oordeelt dat een interpretatie waarbij gedetineerden geen klacht kunnen indienen over de uitvoering van een beslissing strijdig is met het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel (artikelen 10 en 11 van de Grondwet).
Daarentegen is de bepaling wel grondwettig wanneer zij zo wordt geïnterpreteerd dat gedetineerden ook klacht kunnen indienen over de uitvoering van beslissingen die door of namens de directeur ten aanzien van hem werden genomen.
Het Hof bevestigt hiermee dat een effectieve rechtsbescherming vereist dat gedetineerden niet alleen de beslissing zelf, maar ook de concrete toepassing ervan kunnen laten toetsen. Een beperkende interpretatie die dit uitsluit, is ongrondwettig.
Het volledige arrest vindt u hier.





